hanzmirck

mei 25, 2014

Vijfde stadsgedicht

Filed under: Uncategorized — hanzmirck @ 12:19 pm

Vogels hebben geen billen

 

We trapten ons uit de beken los,

klapwiekten ons uit de groote modderkolk

omhoog, de wind langs

Van binnen zijn we trekvogels,

 

We zweven over de wegen,

weten een ongeschreven route

de hemel in,

de zon achterna

 

Thermiek brengt ons

waar we wezen moeten,

in de zomer van ons leven,

 

tot de glazen belletjes die de dag inluiden

verdampt zijn met ons zweet

en wij rozig opgaan in een wolk

 

© Hanz Mirck 2014

Advertenties

Vierde stadsgedicht

Filed under: Uncategorized — hanzmirck @ 12:18 pm

Hoe een oud horloge bij de tijd kan zijn

 

Ik heb nog het horloge dat mijn vader droeg tijdens

een hevige hagelbui. De plassen trokken wit weg

onder ratelend geweld. Hij tilde me uit het kinderzitje,

schuilde in een portiek, bewoners vroegen ons binnen

 

De verroeste wijzers staan sinds jaren daarbij stil

De namen van de mensen ben ik vergeten, en zij vonden

wat zij deden zo gewoon, dat het bijzonder is:

iemand even binnen vragen in je wereld

 

Wie met een nat horloge aanbelt laat ik binnen,

geef de handdoek door, en wat ik toen geleerd heb

aan de mensen uit de wijk, zo draai ik de wijzers

weer naar mezelf terug

 

Samen vormen wij een onstuitbare beweging in de tijd,

wegbezuinigd staan we onder een nieuwe naam weer op

Omdat we elkaar willen helpen, willen leren, elkaars buddy’s zijn,

omdat het in de mens zit te blijven delen in mens-zijn

 

© Hanz Mirck 2014

 

Derde stadsdicht

Filed under: Uncategorized — hanzmirck @ 12:17 pm

Ik ben die er zijn zal

 

Hoe begin je een koninkrijk? Land ligt er al,

in de ochtendmist. Mensen wonen er al,

net wakker. De koning, hij stapt aan land

 

Begint het met het graven van een handelskanaal,

van je eigen geld, dwars door je eigen grond,

zodat je land mee kan in de vaart der volkeren?

 

Sticht men een koninkrijk met een handtekening:

hierbij verklaar ik,

zo waarlijk als ik hier sta?

 

Nee, een koninkrijk begint met tellen,

al slibt het kanaal dicht, roesten de bruggen,

slapen de sluizen, wij tellen nog steeds,

 

vanaf de eerste koning tot aan de handtekening

die lichtend in de raadszaal hangt, brandend

als een koningsblauwe braamstruik

 

© Hanz Mirck 2014

Tweede stadsgedicht

Filed under: Uncategorized — hanzmirck @ 12:16 pm

Bouwen in het stiltegebied

 

Hier heeft u mijn stem, als ik mezelf hoor

lijkt het altijd iemand anders die zulke dingen zegt

Ik heb mezelf vaak gelukkig geprezen

met een instrument om trillend onrecht

te uiten, zachtjes dankbaarheid, schreeuwend

recht, fluisterend wat beschamend was

Soms brak hij tussen koopzondagen op het Raadhuisplein

Vaak heeft hij nog eerder een antwoord dan ik

 

Hij groeide met me mee; werd lager

toen ik hoger werd, ik nam mezelf te serieus

Want ik hoor mezelf te graag praten,

zingen met mijn hele lijf, terwijl ik van de stad

nog veel te weinig weet. Hier heeft u mijn stem,

laat hem iets verstandigs zeggen. Alstublieft

 

© Hanz Mirck 2014

 

Eerste stadsgedicht

Filed under: Uncategorized — hanzmirck @ 12:15 pm

Griftinkt 26

 

Aanvankelijk aanmodderend, Apeldoorn absorberend als afwaswater,

een verbaasde beekprik in een blauwe Donau; de cadens van calamiteit,

cumulatief als een canzone over de chaostheorie

Ergens in een Eendrachtstraat begint mijn eenmansactie,

 

facsimile de FAQ van mijn fatum, de feiten feilbaar en pijlbaar,

Glinsterend, gulzig gravend en golvend, grondig en mondig,

geruisloos, gezien en ongezien zo gaarn grammaticaal, huis aan huis

halfautomatisch hardop hengelend, hartroerend en helderziend

 

Een impuls vormt inmiddels mijn ideaal, illegaal of erkend,

innerlijk idyllische inktvlek. Jobhoppend jagend met jobsgeduld,

jammerlijk jambisch of ongerijmd, kloppende klanken,

klotsende katheder, katheter van de stad

 

Mijn loop is logisch en laveloos, papiermolens moeten malen,

ik meng mezelf murmelend. De makkelijke weg neem ik niet,

opgaand in de omgeving kan ik de onderstroom proeven

en ploeg me puntig door de plaats

 

Quasi-quatsch is de queuevorming: ritselend ratelende grollen

ruiken het ruisend refrein en stroomversnellend schrijf ik dit

schuimend stroomgedicht met sjeu; een slingerend stadsgewoel,

spelenderwijs spoelend, tergend traag tastend maar uitentreuren urgent

 

Ik verdiep me verbaasd en verwonderd; verblind en verwachtingsvol

verslag doend voor ik voorbij de V&D verval, de wereld weerspiegelend

in wasserijwater en woordenvloed. Ik ben XS, en yolo,

zo zal ik het zand in zakken, mijn zeepsop zien verzanden

 

 

© Hanz Mirck 2014

Eerste (onofficiële) stadsgedicht

Filed under: Uncategorized — hanzmirck @ 12:13 pm

Sleutel

 

Wij hebben de vrijheid

onszelf te laten opsluiten

om iets waar je niet voor weg kunt lopen,

wat zo ver weg was komt nu heel dichtbij

 

Eet niet, kauw op de gedachte aan anderen

Zonder je af om onder de mensen te zijn

Concentreer je, we luisteren samen

aan het sleutelgat van de toekomst

 

Het probleem is niet de deur, niet het slot

maar schoon water in een vuile wereld

Jouw geringe gift is van grote waarde;

 

een doorzichtige sleutel voor een stil probleem,

de klank van de gedachte aan een ander mens

opent de deur voor het leven

Blog op WordPress.com.